|
De stand van de teller CA4040 wordt iedere drie seconden
via het I2C IC PCF8574AP uitgelezen.De drie seconden
waarden worden gebruikt voor de windgust. De hoogste 3
seconden windsnelheid per 10 minuten wordt als 10 minuten
windgust gerapporteerd. De gemiddelde windsnelheid per 10
minuten wordt bepaald door alle pulsen over tien minuten
te tellen en die snelheid te rapporteren.
Het ijken van de windsnelheidmeter is een verhaal apart.
Op een windstille dag ben ik met de auto op een stille
bosweg met verschillende snelheden heen en weer gereden,
het aantal pulsen en de snelheid van de auto leveren dan
de ijkwaarde voor de sensor op. Voor de Conrad 10.86.85
vond ik dat 10 pulsen per seconde overeen kwam met een
windsnelheid van 10.7 m/s. En die ijkwaarde is in mijn
datalogger ingevoerd.
Windrichting: De windrichting wordt
gemeten met de Conrad windrichtingmeter, bestel nr. 10.86.93.
Helaas is ook die sensor niet meer leverbaar in deze
uitvoering. De sensor gebruikt een 360 graden potmeter
voor het weergeven van de stand van van de windvaan. De
stand van de loper wordt iedere 12 seconden met de AD-convertor
van de datalogger uitgelezen. De potmeter wordt met een
spanning van 2 V gevoed, hierdoor kan de hoekstand van de
windvaan worden berekend:
WR = Vuit * 180 °
Om een gemiddelde
windrichting per 10 minuten te krijgen moet een
vectorieel gemiddelde van de windrichting worden bepaald.
Van iedere 12 seconden meting wordt de windrichting in
een vector W - O en een vector Z - N gesplitst. De vector
vec(O) = sin(WR), de vector vec(N) = cos(WR). Als men
alle vectoren sommeert over 10 minuten krijgt men de
resulterende vectoren over 10 minuten. De gemiddelde
windrichting krijgt men door de arctangens van de
vectorsommen te berekenen:
WRgem = ATN( vec(O)
/ vec(N)) °
Deze middelingsprocedure
levert een goed gemiddelde van de windrichting op.
Ondanks dat de windrichtingmeter regelmatig heen en weer
staat te zwiepen, komen er toch redelijk rustige waarden
uit (zie de grafieken).
|