Meteo sensoren

 


  Weerschip Zeist  
 


Temperatuur meting:


De temperatuur wordt gemeten met een LM35 halfgeleider sensor. De LM35 is een precisie geintegreerde schakeling speciaal voor het meten van temperatuur. De sensor heeft een lineaire uitgangsspanning van 10 mV/°C. Bij een temperatuur van 0 °C geeft de LM35 ongeveer 0 V.
In de temperatuurmeet-electronica wordt de uitgangsspanning van de LM35 versterkt tot een niveau van 0 tot 2.5 volt voor een temperatuurbereik van -20 tot +40 °C. De schakeling is ontworpen voor een AD-convertor met een ingangsbereik van 0 to 2.5 Volt.In onderstaand schema is de schakeling getekend.

 

De schakeling wordt gevoed met spanningen van plus en min 8 à 12 Volt. Het eerste IC, de 78L05 zorgt voor een stabiele referentiespanning van 5 Volt voor het nulpunt van de gehele schakeling. Het IC LM35 is de temperatuuropnemer, de LM35 kan met een kabel worden verbonden met de schakeling (ik gebruik ca. 5 m dunne ronde telefoonkabel). De uitgangsspanning van de LM35, punt "A" wordt 4.3 maal versterkt door versterker A1 van de LM324. In het LM324 IC zitten 4 versterkers. De tweede versterker (A4) zorgt voor de nulpuntinstelling van de schakeling via de 180 k weerstand. De derde versterker zorgt voor een positieve uitgangsspanning van 0 tot 2.5 Volt voor een temperatuurbereik van ongeveer -20 tot + 40 °C. Als de AD-convertor een bereik van 0 tot 5 Volt heeft moet de laatste 100 k weerstand worden vervangen door een weerstand van 200 k (2 keer 100 k in serie).
Als de uitgangsspanning van de 0 tot 2.5 V schakeling wordt gemeten kan de temperatuur worden berekend:

T = Vuit * 23.3 - 21.3 °C

Na het opbouwen van de schakeling is het verstandig het geheel met een goede digitale voltmeter te controleren. De LM35 losnemen en op punt "A" de testspanning aansluiten:
0 °C = 0 mV in, => Vuit = 917 mV
+ 35 °C = + 350 mV in, => Vuit = 2422 mV
De resultaten hoeven niet precies te kloppen omdat het nulpunt van de thermometer nog moet worden bijgesteld, maar het verschil tussen deze twee metingen moet wel nauwkeurig 1505 mV zijn, als dit meer dan 5 mV afwijkt moet de factor "23.3" worden gecorrigeerd. Als nu na deze controle de LM35 wordt aangesloten is de uitgangspanning evenredig met de temperatuur van de LM35. De temperatuurmeting van de LM35 kan wel tot 1.5 °C afwijken, dat moet tegen een nauwkeurige referentiethermometer worden gecontroleerd. Als de afwijking bekend is moet de constante "21.3" in de formule (het nulpunt) worden aangepast. Na deze controles heeft men een zeer betrouwbare temperatuurmeting.
Om de over-all nauwkeurigheid van mijn temperatuurmetingen te controleren heb ik van een aantal dagen de daggemiddelden van KNMI-station De Bilt vergeleken met mijn waarnemingen in Zeist. De overeenkomst ligt meestal binnen 0.2 °C. Ik zie wel wat grotere afwijkingen voor de maximum en de minimum temperaturen bij helder weer, maar dat wordt door de woonomgeving, de opstelhoogte van de sensor en door de in- en uitstraling van de sensorbehuizing veroorzaakt. Meestal is de meting dus zeer representatief voor de luchttemperatuur in Zeist.