Waarnemingen

 


  Weerschip Zeist  
 


Beschrijving van het weerstation Zeist.

Het weerstation Zeist is gelegen in een gebied met woonhuizen. Niet een ideale plek voor een meteorologisch waarneemstation, maar op hoofdlijnen toch zeer informatief. Het station is een zelfbouw activiteit. De sensoren zijn eigenbouw of van een zeer eenvoudig gekocht type. Bij het onderwerp "Sensoren" wordt verder op de techniek ingegaan.
Het data inwinsysteem bestaat uit een Basic besturingscomputer uit Elektuur met een 8 kanaals 8 bit AD-converter en twee tellers. Het programma van de Basic computer wint de meteorologische meetwaarden in en slaat deze op als 10 minuten gemiddelden.
Een Linux computer haalt iedere 10 minuten de gegevens van de datalogger op via een seriële verbinding,de Linux computer berekent alle afgeleide gegevens en genereert het display en de grafieken. Het inwinprogramma op de Linux computer is in Perl geprogrammeerd.

De volgende parameters worden gemeten:

  • temperatuur
  • relatieve vochtigheid
  • dauwpunt temperatuur
  • windsnelheid en windrichting
  • barometerdruk
  • neerslag
  • bliksemontladingen

Temperatuur meting:

  De temperatuur wordt gemeten in een schotelhutje. Iedere 12 sec. wordt een meting gedaan. Per 10 minuten wordt het gemiddelde over de 50 samples berekend. Deze gemiddelde waarde "T" wordt opgeslagen in de datalogger. Het tijdstempel dat aan de waarneming wordt gehangen is het einde van de 10 minutenperiode. In de Linux computer worden de 10 minuten gegevens van de afgelopen week bewaard. Vanuit deze reeks worden de grafieken samengesteld.

 


Relatieve vochtigheid en dauwpunttemperatuur:

De relatieve vochtigheid wordt gemeten met een Sensirion SHT11 sensor. De sensor meet de relatieve vochtigheid van de lucht en de luchttemperatuur. Vanuit de relatieve vochtigheid en de temperatuur kan de dauwpunttemperatuur van de lucht worden berekend.
In het display en in het display en de grafieken worden de 10 minuut gemiddelden van omgevingtemperatuur "
T", dauwpunttemperatuur "Td" en relatieve vochtigheid "RH", gepresenteerd.

Het meten van de dauwpunttemperatuur is een natuurkundig interessante meting. Het is de temperatuur waarbij het vocht in de lucht begint te condenseren. Het bepalen van deze temperatuur kan zeer nauwkeurig met een dauwpuntspiegel meetinstrument. In dit instrument wordt een spiegel afgekoeld tot zich condens gaat vormen op het oppervlak, met optische technieken kan het moment van deze condensvorming nauwkeurig worden bepaald. De temperatuur van de spiegel bij condenseren is gelijk aan de dauwpunttemperatuur van de lucht.De Sensirion SHT11 is een eenvoudige capacitatieve RH sensor.


Windsnelheid en windrichting:

  De windsnelheid wordt met een cup anemometer gemeten. De windrichting met een windvaan met 360 graden potmeter. De sensoren staan op een mastje aan de dakkapel. De meethoogte is ongeveer 9 meter boven maaiveld, maar door de omliggende huizen en bomen wordt een relatief lage windsnelheid gemeten. Bij het vergelijken van de metingen in Zeist met de metingen van het KNMI voor meetstation De Bilt moet men daar rekening mee houden.
De windsnelheid wordt over een periode van 3 sec. gemeten. Voor het bepalen van de
wind-gust "wg", wordt de hoogste 3 sec. waarde per 10 minuten geselecteerd. De windsnelheid "ws" wordt bepaald door het gemiddelde over 10 minuten te berekenen. De windrichting "wr" wordt iedere 12 sec. gemeten. De windrichting per 10 minuten wordt bepaald door de individuele windrichting metingen vectorieel te middelen. Hierdoor ontstaat een wat rustiger beeld voor windrichting.


Barometer druk:

  De barometerdruk wordt gemeten met een zelfbouw solid-state barometer, zie de foto. De barometerdruk wordt gepresenteerd in hPa. De gepresenteerde druk P is het gemiddelde over 10 minuten.

 


Neerslag:

  De neerslag wordt gemeten met een tipping bucket sensor. Per 0.5 mm neerslag geeft deze sensor 1 puls. De pulsen worden geteld. Per 10 minuten wordt de meetwaarde opgeslagen. In de grafiek wordt, als er neerslag is gevallen, een oplopende lijn weergegeven. Hierdoor kan men eenvoudig zien hoeveel neerslag er de afgelopen 24 uur is gevallen. Aan de helling van de lijn kan men zien wanneer de neerslag is gevallen. Door de wat grove resolutie van de neerslagmeter kunnen alleen neerslag- hoeveelheden van meer dan 0.5 mm worden weergegeven.


 Bliksemontladingen:

De bliksemontladingen worden gemeten met een eenvoudige radio-ontvanger op 300 kHz. Deze ontvanger detecteert snelle electromagnetische veranderingen, zoals door bliksemontladingen worden gegenereerd. De bliksemdetector detecteert ontladingen binnen een straal van ca. 250 km rond de ontvanger. Aan de bliksemdetector is een teller gekoppeld die alle ontladingen in een 10 minuten periode telt. Dit getal wordt in het overzicht en in de daggrafiek gepresenteerd. In het weekoverzicht wordt het aantal ontladingen per uur gepresenteerd.

De bliksedetector is niet voorzien van een geavanceerde signaalverwerking om storingen van ontladingen te kunnen onderscheiden. Hierdoor is het mogelijk dat ontladingen worden geteld die niet door een bliksem worden gegenereerd. Bijvoorbeeld het inschakelen van verlichting vlak bij de ontvanger levert ook een telpuls op. Globaal kan gesteld worden dat als over een langere periode meer dan twee ontladingen per minuut worden gedetecteerd, er sprake is van een onweersbui. Zie hiervoor ook officiële bliksemsites onder de links
" Bliksem waarnemingen " .